In Suriname zijn er, op basis van de Wet Bosbeheer en uitvoeringsbesluiten, nieuwe voorschriften en richtlijnen voor bosbeheer en houtoogst vastgesteld, die ertoe moeten leiden dat de houtexploitatie voldoet aan de vereisten van duurzaam bosbeheer. Ongeplande exploitatie leidt tot slechte coördinatie van de boswerkzaamheden en tot onnodige schade aan het overblijvende bos, terwijl geplande exploitatie volgens een exploitatieplan en jaarkapplan tot verhoging van de efficiëntie en verlaging van de kosten van voornamelijk velling, uitsleep, wegtransport en wegaanleg leidt. Houtexploitatie op basis van een exploitatieplan en jaarkapplan wordt intensief beheer genoemd.

Indien houtkapactiviteiten, op gemeenschapsbossen of houtkapvergunningen (afgekort HKV) t.b.v. van in dorpen wonende en tevens in stamverband levende bewoners, kleinschalig zijn en voor een korte periode is het mogelijk om de houtkapactiviteiten uit te voeren volgens de procedures van het extensief beheer. Extensief beheer is een beheer waarbij de houtkapactiviteiten gebeuren volgens een vereenvoudigd exploitatieplan en kapplan.

Ook op kortlopende concessies (< 5000 ha) kunnen in initiële fase de houtkapactiviteiten ontplooid worden volgens de procedures van het extensief beheer om zodoende de nodige voorbereidende maatregelen te treffen om de houtkapactiviteiten in een latere fase uit te voeren volgens de procedures van het intensief beheer.

Exploitatieplan

Voordat men een aanvang maakt met de houtkapactiviteiten op een concessie dient de concessionaris binnen (6) zes maanden na verlening een exploitatieplan in te dienen ter goedkeuring van de Algemeen Directeur van de SBB.

Het exploitatieplan heeft tot doel om een systematisch inzicht te verschaffen in de geplande exploitatieactiviteiten gedurende tenminste de geldigheidsduur van de concessie, de geplande productie, het in te zetten materieel en personeel, de exploitatiekosten en de economische haalbaarheid van de exploitatieactiviteiten. Deze plannen dragen bij tot het bewerkstelligen van duurzaam bosbeheer, omdat duidelijk en systematisch wordt weergegeven hoe de bosexploitatie planmatig zal geschieden, waarbij er rekening gehouden wordt met de economische, sociale en milieu aspecten.

(Jaar)kapplan

De concessionaris is volgens zijn concessievoorwaarden verplicht om de kap en uitsleep te laten plaatsvinden volgens een kapplan vervaardigd volgens de voorschriften van de SBB. Het kapplan draagt in grote mate bij tot het duurzaam exploiteren van bossen daar de efficiënte bosexploitatie inherent verbonden is met een kleinere oogstschade.

Het kapplan wordt voor een periode van een jaar opgesteld (het zogenaamde jaarkapplan) op basis van een 100% inventarisatie van de commerciële boomsoorten als een integraal onderdeel van het exploitatieplan. In het jaarkapplan wordt o.a. het volgende weergegeven:

  • locatie van de geïnventariseerde en de te exploiteren kapvakken
  • locatie van de reeds geëxploiteerde kapvakken
  • de voor kap geselecteerde commerciële boomsoorten
  • projectie van bestaande en geplande laad- en losplaatsen, ontsluiting- en afvoerwegen, primaire en secundaire uitsleepwegen en woonkampen
  • terreinkenmerken

Er wordt naar gestreefd dat de concessionaris een deel van het concessieareaal met een geplande jaarproductie (jaarkapvlakte) inventariseert en aan de hand van de verkregen gegevens een jaarkapplan maakt. Voor sommige concessionarissen en exploitanten is dit echter nog een leerproces en aan deze groep wordt de mogelijkheid geboden om slechts een deel van de jaarkapvlakte met een minimaal geplande productie van 3 maanden te vermelden in een kapplan.

Procedure goedkeuring jaarkapplan

1. Indienen jaarkapplan met o.a.:

  • een overzichtskaart van de geïnventariseerde en reeds geëxploiteerde kapvakken
  • overzichtskaarten van de kapvakken (2-voud)
  • perceelkaarten en -lijsten (2-voud)
  • ingevulde digitale SBB-template

2. Na controle en goedkeuring van het jaarkapplan wordt schriftelijke toestemming gegeven om een aanvang te maken met de houtkapactiviteiten.

Voorschriften voor houtkap

1. Het maximaal volume van de staande houtvoorraad die gekapt mag worden bedraagt 25 m3/ha.
2. De onderlinge afstanden tussen de te vellen bomen mogen niet kleiner zijn dan 10 m.
3. Bij het uitslepen van de gevelde bomen dient rekening gehouden te worden met de volgende punten:
– De maximale breedte van de uitsleepwegen is 4 m.
– De totale oppervlakte van ontbost gebied voor de aanleg van (primaire en secundaire) sleepwegen in het kapvak mag ten hoogste 8% zijn.
– De maximale helling op de sleepwegen mag niet meer dan 30% bedragen.
– De uitsleepwegen die gevoelig zijn voor erosie moeten voorzien worden van drainagesleuven.
– De winch van de uitsleepmachine moet zoveel mogelijk gebruikt worden om de gevelde bomen voor te sorteren bij de uitsleep.

4. De volgende bufferzones moeten in acht genomen worden:

a) Rivieren
Op 30 m van beide zijden van rivieren moet de vegetatie behouden blijven (vellingen zijn niet toegestaan).

b) Kreken
Op 20 m van beide zijden van kreken moet de vegetatie behouden blijven (vellingen zijn niet toegestaan).

c) “Gullies”
Commerciële houtsoorten kunnen geveld worden maar zwaar materieel is niet toegelaten binnen een afstand van 10 m van elke zijde.

d) Meren, zwampen en andere “wetlands”
Op een afstand van 20 m van het hoogste waterniveau of de rand van een typische zwampvegetatie zijn vellingen verboden.

e) Hellingen
De maximale helling waarop bomen mogen geveld worden is 30%.

Met betrekking tot bovengenoemde bufferzones moet ook rekening gehouden worden met de volgende punten:

– Toegang met zwaar materieel is in de bovengenoemde bufferzones verboden behalve op de daarvoor bestemde oversteekpunten.
– Kreekovergangen moeten zodanig worden geconstrueerd dat de vrije loop van het water niet belemmerd wordt.
– Bomen moeten geveld worden “weg” van de bufferzones, zoals vermeld in 4a, 4b, 4c en 4d.
– Resterend houtafval mag niet in de bovengenoemde bufferzones geduwd worden.
– Als bomen toch in een waterloop of zijn bufferzone worden geveld door overmacht moeten zowel de kroon als het resterende houtafval verwijderd worden, waarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt moet worden van de winch van de uitsleepmachine, behalve als er niet te accepteren schade aan de oever of bufferzone zou plaatsvinden.

5. De registratie van het gevelde hout zal conform de bepalingen van de Wet Bosbeheer en de richtlijnen van de SBB geschieden, waarbij de volgende voorwaarden in acht moeten worden genomen:
– Alle boomstammen of stamdelen, waarvoor retributie verschuldigd is, moeten worden bijgehouden in een kapregister en worden voorzien van een SBB label. Nadat het kapregister door de SBB is gecontroleerd en goedgekeurd mag het hout afgevoerd worden.
– De stronk van elke gevelde boom moet duidelijk voorzien worden van hetzelfde boomnummer dat aan die boom is gegeven tijdens de 100% inventarisatie.
– De uit de gevelde boom verkregen stam of het stamdeel moet op een van de kopeinden voorzien worden van kapvak-, perceel- en boomnummer, waarbij het boomnummer hetzelfde is als die gegeven tijdens de 100%-inventarisatie.
– Het afgevoerde hout moet gedekt zijn door een vervoerbiljet.

6. Bij het vellen van bomen mag de zaagsnede niet hoger dan 30 cm boven het maaiveld worden aangebracht terwijl bij bomen met wortellijsten deze direct boven de aanzet van de wortellijsten moet worden aangebracht, of lager dan dit punt indien daaronder bruikbaar hout met een lengte van meer dan 50 cm voorkomt.

Nadat de betreffende jaarkapvlakte volledig is afgewerkt zal deze voor uitgekapt en gesloten worden verklaard. Hierna mogen er geen houtexploitatie activiteiten meer verricht worden in de betreffende jaarkapvlakte, dan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Algemeen Directeur van de SBB.

Handleiding Exploitatieplan

Handleiding Exploratie Inventarisatie

Handleiding 100% Inventarisatie