De aanvraagprocedure exploratievergunning of concessie. De aanvraagprocedure ter verkrijging van een exploratievergunning of concessie is vastgelegd in de “Beschikking aanvraag exploratievergunning en concessie” van 17 februari 2000 (S.B. 2000 no. 47).

Een aanvraag voor een houtconcessie of exploratievergunning moet schriftelijk middels een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier worden ingediend bij Afdeling Concessies en Vergunningen van de SBB.
Het aanvraagformulier (in 3-voud) is bij de kassa van het hoofdkantoor van de SBB verkrijgbaar en kost SRD. 200,-. Alvorens de aanvrager de aanvraagprocedure start moet de aanvrager eerst een terrein op de bosbouwlegger kunnen aanwijzen.

Vervolgens zal de aanvrager de volgende bescheiden moeten indienen:

1. Een figuratieve kaart (in 3-voud), schaal 1:100.000, vervaardigd door een landmeter in Suriname, waarop is aangeduid de grootte en ligging van het aangevraagde terrein (bij de aanvraag kunt u schetskaart indienen);
2. Een verklaring van de Ontvanger der Directe Belastingen, waarin vermeld is dat de aanvrager geen achterstand heeft in de betaling van belastingen;
3. Een opgave van het beschikbare personeel, met vermelding van hun kwalificaties;
4. Een inventarislijst van beschikbaar materieel en middelen geschikt voor de kap, uitsleep, vervoer en primaire houtverwerking (bouwjaar en conditie ook vermelden);
5. Een overzicht van de concessie- en exploratieterreinen welke reeds aan de aanvrager zijn toegewezen;
6. a) Indien de aanvrager een natuurlijke persoon is:
– Een uittreksel uit het bevolkingsregister;
– Een nationaliteitsverklaring

b) Indien de aanvrager een in Suriname gevestigde rechtspersoon is:
– Een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Suriname
– Een gewaarmerkt exemplaar van de statuten

7. In geval het aangevraagde terrein groter is dan 5000 ha. (aanvraag voor middellange- of langlopende concessie of exploratievergunning) zal de aanvrager tevens indienen:
– Een bedrijfsplan opgesteld volgens de richtlijnen van de SBB (niet voor exploratievergunningen);
– Een accountantsverklaring en een overzicht van de financiële middelen, waaruit blijkt dat de aanvrager financieel in staat is om de voorgenomen investeringen te financieren. Deze investeringen houden niet alleen in de investeringen die nodig zijn voor het bosexploitatie bedrijf maar ook de investeringen die nodig zijn voor de verdere verwerking van het hout, zoals bedoeld in artikel 27 leden 2,3 en 4 van de Wet Bosbeheer.

Met betrekking tot een in Suriname gevestigde rechtspersoon:
• Herkomst van het eigen en vreemd vermogen;
• Een afschrift van de laatst verschenen goedgekeurde jaarrekening en rapport van de accountant en de raad van commissarissen.

Alle aanvragen voor houtconcessies groter dan 5000 ha (aanvraag voor middellange – of langlopende concessie) moeten voorafgaan aan een exploratievergunning volgens artikel 27 lid 2 van de Wet Bosbeheer. Voor het in aanmerking komen voor een concessie van het betreffend terrein, zal de exploratievergunninghouder ten minste 3 (drie) maanden vóór de afloop van de exploratievergunning het verzoek daartoe moeten hebben ingediend.

Bij een onvolledige aanvraag (niet volledig ingevuld formulier of het ontbreken van één of meer bescheiden), heeft de aanvrager 1 (één) maand de gelegenheid tot aanvulling van de ontbrekende gegevens en/ of tot overlegging van de ontbrekende bescheiden.Indien de aanvraag binnen de gestelde termijn niet volledig is gemaakt, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Het proces ter afhandeling van de aanvraag mag ingevolge de Wet Bosbeheer minimaal 6 maanden in beslag nemen.
Voor meer informatie kunt u terecht bij de afdeling Communicatie en Voorlichting van de SBB.

Indien u behoefte heeft aan een folder, klik hier.