Een Geografisch Informatie Systeem (GIS) is een operationeel, ondersteunend informatie systeem waarbij de gegevens een geografische dimensie hebben. Dit systeem is zeer modern en is sinds de operationalisering van de GIS-afdeling bij de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) essentieel geworden bij het uitvoeren van allerhande taken binnen de SBB.

GIS wordt bij de SBB gebruikt bij de procedures bij:

• de aanvragen van houtkaprechten door bosexploitanten,
• de aanvragen van gemeenschapsbossen,
• het uitvoeren en verwerken van veldcontroles,
• de begeleiding van houtexploitanten, concessiehouders en gemeenschappen en
• het uitwisselen van informatie met andere organisaties (zowel op nationaal als internationaal niveau).

De ondersteuning en transparantie die een GIS biedt, maakt het voor de SBB mogelijk om haar taken professioneel uit te voeren. Momenteel is er bij de SBB enerzijds de bosbouwlegger beschikbaar waarop de status van de terreinen wordt voorgesteld en anderzijds wordt m.b.v. onder andere de gegevens die door de boswachters op het veld worden verzameld, door gebruik te maken van een GPS (Global Positioning Systeem), een GIS-databank opgebouwd.

Registratie houtkaprechten

Op de afdeling Planning en Ontwikkeling van de SBB wordt informatie geregistreerd met betrekking tot verleende houtkaprechten. Daarnaast worden de bosbouwterreinen ingetekend in de GIS-databank van de SBB met behulp van UTM-coördinaten, zodat niet alleen bekend is welke rechten, maar ook de locatie waar deze rechten zijn uitgegeven. Met een GIS (Geografische Informatie Systeem) wordt geografische informatie (locatie van een terrein) gekoppeld met informatie over dit terrein (concessiehouder, datum van uitgifte, beschikkingsnummer etc). Deze informatie wordt ter beschikking gesteld aan het brede publiek, zodat een ieder kan nagaan waar houtkaprechten zijn uitgegeven. Op die manier verzekert de SBB de transparantie van de uitgifte van bosbouwterreinen.

Verzamelen veldgegevens

Wanneer de boswachters in het veld zijn, nemen ze een GPS mee. Zo wordt van de verzamelde informatie telkens ook een geografische component bepaald. Vooraleer een houtexploitant toestemming krijgt om aan houtkap te doen moet een landmeter de grenslijnen van het terrein bepalen, en moeten kapvakken van ca.100 ha worden afgebakend, waarbinnen de commerciële bomen geïnventariseerd en geselecteerd voor houtkap worden. Een ambtenaar van de SBB zal op de grenslijnen en rond de kapvakken lopen, terwijl de posities met een GPS wordt geregistreerd. Binnen deze kapvakken zal dan toestemming tot houtkap worden verleend. Na velling moet de houtexploitant een kapregister opmaken waarin de houtblokken met labelnummer, boomsoort en afmetingen worden vermeld. Tijdens de controle van dit kapregister, zullen de ambtenaren van de SBB de houtblokken controleren, en de locatie van alle stronken met een GPS vastleggen.

Verwerking van de GPS-gegevens in de GIS-databank van de SBB Terug op het hoofdkantoor worden de gegevens verwerkt in de GIS-databank van de SBB. Er wordt nagegaan of de bomen geveld zijn binnen een gebied waarvoor toestemming tot houtkap is gegeven, waarna een rapport wordt gemaakt (Figuur 1). Wanneer de stronken niet in een kapvak waarvoor toestemming is gegeven of buiten de grenzen van het terrein vallen, wordt het hout in beslag genomen door een Buitengewoon Agent Van Politie (BAVP) van de SBB. Het hout kan weer vrijgegeven worden wanneer de overtreder de sancties uitvoert die hem worden opgelegd.

Monitoren houtkap met moderne tools

Naast de GIS-databank, beschikt de SBB ook over een logtracking-databank (LogPro), waarin de houtproductie wordt geregistreerd. De combinatie van de GIS-databank en LogPro maken een gedetailleerde monitoring van de houtkap mogelijk, omdat precies bekend is hoeveel hout in een bepaald gebied geproduceerd is. Wanneer de maximale toelaatbare kap van 25m3/ha wordt benaderd, zal het kapvak gesloten worden voor verdere houtkap, zodat het zich kan herstellen voor de volgende kapcyclus. Op deze manier leveren moderne tools een belangrijke bijdrage aan een duurzaam Surinaams bosbeheer, waarbij bosdegradatie wordt vermeden of beperkt.